BetsyElstak.net

BetsyElstak.net » januari 2010 » Desert Storm

Desert Storm

Touching the Pyramid


Je kunt niet twee keer naar Egypte gaan en NIET de pyramides zien.
Tenminste, ik vind van niet.

Dus, na wat research en wat touroperators in Sharm el Sheikh te hebben geraadpleegd, besloot ik de gewone bus naar Cairo te nemen. Nasr ging immers mee, hij spreekt de taal en wat kan er nou mis gaan? Je gaat in een bus zitten, 6 uur later ben je van Sharm el Sheikh in Cairo beland, je bekijkt de pyramides, de Citadel, en het museum in Cairo, en je neemt de bus weer terug. Right? Wrong!!

Pyramid of Khafre


Pyramid and Sphinx


De busrit er naartoe ging prima. We waren wel heel vroeg in Cairo, het busstation was vlakbij het museum, maar dat was zo vroeg nog niet open. We gingen dus maar even staren over de Nijl, die nog helemaal in ochtendmist gehuld was.

Foggy Morning over the Nile Cairo Museum


Toen het museum openging, waren we een van de eersten. Eerst moest Nasr zijn papieren laten zien. Dit bleek een terugkerend patroon te worden. Overal waar we naar binnen wilden, wilde de Toeristenpolitie weten wie hij was en vooral wie ik dan wel niet was. Heel irritant. Want waar ze eigenlijk op uit waren, was geld. Steekpenningen om onze misdaad af te kopen. Wat dat dan al heeft mogen zijn. Dat je samen de bezienswaardigheden van het land wilt bekijken?! Rare jongens, die Egyptenaren.

Het museum was de moeite waard. Hoewel ze best nog wel meer konden doen aan uitleg geven bij de verschillende kunstwerken. Zonder gids had je soms geen idee waar je naar stond te kijken, dus de truc was om op gepaste afstand bij een groep te gaan staan die uitleg kreeg in het Engels of Duits, zodat je toch een beetje kon meepikken van wat er gezegd werd.

Om de mummies te zien, moet je extra betalen voor toegang tot de mummiekamer. Ik was niet helemaal naar Cairo gekomen om me door die extra EUR 12.50 van m’n stuk te laten brengen, dus ik heb betaald. De mummies liggen in klimaatgereguleerde glazen kisten. En wat zijn ze mooi!! Bij de ingang had ik mijn camera moeten inleveren, en bij sommige toeristen was ook hun telefoon met camerafunctie tijdelijk in beslag genomen. Mijn iPhone hadden ze niet gevonden, en ik ben waarschijnlijk 1 van de weinigen die een foto heeft van de mummie van Ramses II. Ik durf ‘m alleen niet online te zetten. Stel je voor dat Dr Zahi Hawass, -mr Egyptology himself -erachter komt. Nee, die houd ik maar voor mijn privecollectie. Sorry guys.

Look at me, I’m Sandradee


De volgende must see is de Citadel. Het complex is in de 12e eeuw gebouwd en er bevindt zich de moskee van Mohamed Ali ( nee, niet Cassius Clay). Vroeger liep er een aquaduct van de Nijl naar de Citadel voor watervoorziening. Je kunt nog steeds delen van het auqaduct zien.

Cairo Citadel


En dan, het hoogtepunt van de trip naar Cairo: de pyramides.
Tijdens de taxirit doemden ze ineens op. Gewoon, aan de horizon, terwijl we nog midden in de stad reden. Cairo zelf is trouwens geen mooie stad. Het is rommelig, druk, vies en stoffig. Voor je plezier ga je er niet heen.

In between


We besloten om paarden te huren om de pyramides te bekijken. Het complex is vrij groot en uiteraard wemelt het er van de toeristen. Wij gingen niet via de hoofdingang, maar achterom, waardoor je de pyramides dus ook van de achterkant benadert, en het bijna lijkt alsof er niemand anders is, en jij daar echt alleen bent met deze geweldige 45 eeuwen oude bouwwerken.

Kafhre’s Pyramid


Het is bijna niet te beschrijven, hoe dat voelt om daar te zijn. Vooral niet voor iemand die elk National Geographic-programma over Egypte en de pyramides kijkt. Daar waren ze dan toch echt, de Pyramides van Giza. Het blijken er meer dan drie te zijn trouwens, er staan nog wat kleinere ook.
Ik wilde ook foto’s maken van de voorkant, om dat plaatje te krijgen dat je overal ziet: de Sphynx op de voorgrond en de pyramides op de achtergrond. De gids en Nasr gingen echter niet mee, want er was weer teveel toeristenpolitie, en die zouden dan weer vervelende vragen gaan stellen. Ik dacht dat de toeristenpolitie er was om de toeristen een veiliger gevoel te geven en hun verblijf te veraangenamen. Verkeerd gedacht waarschijnlijk, sommige van die gasten spreken trouwens niet eens Engels.

Pyramid and Sphinx


Enfin, een waanzinnig mooie dag liep tot zijn einde en we vroegen de taxichauffeur om ons terug te brengen naar het busstation. Helaas bracht hij ons terug naar het station van een andere busmaatschappij, een iets minder luxe bus, zonder toilet aan boord, maar nog steeds grote touringcar-achtige bussen. Niet dat dat uit zou maken, we zouden toch een beetje slapen na zo’n vermoeiende dag en 6 uur later weer in Sharm arriveren. Niets was minder waar...

Omdat deze bus geen toilet had, stopte hij vaker voor een plaspauze en om mensen de gelegenheid te geven hun benen te strekken. Het waren van die stops bij shabby benzinestations en ik probeerde mijn toiletbezoek zo lang mogelijk uit te stellen (gek trouwens, in de bus die wel een wc had, hoefde ik geen enkele keer te plassen, het zal wel psychisch zijn ofzo). Maar op een gegeven moment, het was al donker geworden, kon ik het toch echt niet meer uitstellen. Nasr had de hele weg liggen slapen, dus pas toen ik hem wakker maakte, om te zeggen dat ik naar de wc wilde, begon hij de conversaties te volgen die gaande waren. Ik had er niks van meegekregen, want Arabisch versta ik (nog) niet. Toen ik terug kwam van de wc vertelde hij me dat dit niet de laatste plaspauze was geweest, maar dat de bus niet verder ging. Het regende heel hard in de Zuid Sinai woestijn en de weg was onder water komen te staan. Ik had wel bliksemflitsen gezien onderweg, maar ik dacht, hoe erg kan een beetje regen zijn?

Stuck in the dessert


Nou, best wel erg, zo bleek.
De chauffeur dacht nog dat we misschien later die avond wel zouden kunnen vertrekken. Inmiddels verzamelden zich steeds meer bussen op de parkeerplaats. Ik zag ook legertrucks rijden in de richting van de overstroomde weg, en de politie had inmiddels de weg afgezet voor alle verkeer.
Uiteindelijk hebben we de hele nacht in de bus doorgebracht. Niet echt comfortabel en nog koud ook. Er waren ook een paar gasten die maar in en uit de bus bleven lopen en een meisje dat er blijkbaar troost in vond om de hele nacht koranversen op haar mobiele telefoon af te spelen. Zo goed als geen oog dicht gedaan dus.

Roadsign


‘s Morgens bij het eerste zonlicht zijn we de bus uitgegaan. Toen kwamen de verhalen pas echt goed los: Sharm zou overstroomd zijn, de vertrekhal van het vliegveld was ingestort, heel wat mensen verdronken en weggespoeld, maar het meest belangrijke: de weg was nog steeds niet vrijgegeven. Navraag bij het roadblock leverde inderdaad dezelfde informatie op: ze zijn met man en macht bezig om de weg weer vrij te krijgen, maar voorlopig mocht er nog steeds niemand door.

On their way


We moesten een plan maken. Ik wilde niet nog een nacht in de bus slapen, terug naar Cairo was een optie, maar dan zouden we weer zoveel last krijgen met de toeristenpolitie, laat staan een kamer samen kunnen boeken. Of ik kon terug vliegen naar Sharm en dat hij dan later met de bus terug zou gaan, maar dat was niet echt een optie. We besloten een stukje te gaan wandelen.
Een eindje terug was een wegrestaurant, daar hadden de avond ervoor nog toeristenbussen gestaan, maar die waren nu ook weg. Toen we de parkeerplaats op liepen kwamen er een man en een vrouw naar ons toe. De man begon eerst een heel verhaal tegen Nasr in het Arabisch, en daarna tegen mij in het Engels. Ze wilden proberen een taxi te regelen om naar Sharm te reizen, maar de kosten zouden te hoog worden voor hen tweeeen, of wij bereid waren de kosten te delen. Ja, prima, maar dan moesten we eerst nog een taxi vinden die uberhaupt bereid was om die kant op te gaan. We bleven dus een beetje langs de weg hangen en hielden random auto’s aan, maar niemand durfde het aan.

Totdat de man van het stel, Ahmed, een goed idee kreeg. Hij zou het vragen aan een bedouin. Je weet wel, zo’n woestijnbewoner met zo’n Yasser Arafat-jaal op z’n hoofd, die in de woestijn woont. Want, zo was zijn theorie: die kennen de woestijn op hun duimpje en weten misschien wel een “boro passie” om het afgezette weggedeelte heen. Zo gezegd zo gedaan. De eerste bedouin in een pick-up truck die hij aanhield, wilde wel (tegen fikse vergoeding uiteraard) een poging wagen. Maar nu nog niet, hij wilde een paar uur wachten, todat het water nog weer wat gezakt was, en zou ons dan komen ophalen.

De rest van de tijd doodden we met thee drinken en kletsen. Ik had alleen een probleem, ik moest de volgende dag vliegen, ik had een sollicitatiegesprek op woensdag en de batterij van mijn iPhone was leeg. Ik kon nog net een sms-je van Gerda beantwoorden waarin ik haar vroeg mijn ouders te bellen om te zeggen dat ze zich geen zorgen hoefden te maken. Met het mobieltje van Mai belde ik toen later zelf m’n moeder op om haar het nummer van Nasr te geven, zodat ze mij kon terugbellen. Een heel gedoe, maar zij kreeg het voor elkaar om mijn vlucht te verzetten naar vrijdag en mijn vriendin Miek in te lichten over het verzetten van het sollicitatiegesprek, aangezien haar man bij dezelfde organisatie werkt.

Spilage The sky above South Sinai


Om een uur of twee kwam de Bedouin terug. De pick-up had echter maar 1 cabine, dus moesten Nasr en Mai in de bak en zaten Ahmed en ik voorin. We reden tot aan de wegafzetting en sloegen toen af op een stuk verharde weg de woestijn in. De verharde weg ging al gauw over in wat normaal gesproken een zandweg had moeten zijn, maar nu meer op een modderpoel leek. We konden zien dat er al een aantal grote trucks vast was komen te zitten in de modder, maar onze Bedouin dacht er wel langs te kunnen scheuren. Met volle vaart ging hij op de modderpoel af, die eens een weg moet zijn geweest, met als gevolg dat wij ook vast kwamen te zitten. Muurvast. Geen beweging in te krijgen. Gelukkig reed er een lorry rond, die bezig was te proberen om de trucks vlot te trekken en hier en daar wat modder weg te schuiven. Omdat hij totaal geen succes boekte, wilde hij eigenlijk al weer weg gaan, totdat Ahmed achter hem aan rende met wat geld om te vragen of hij ons alsjeblieft los kon trekken. Gelukkig doet cash wonderen daar en kwam de man ons “helpen”. Inmiddels zat iedereen van onder tot boven onder de modder, en was Mai bij mij komen zitten in de cabine.

Tot nu toe leek het allemaal niet zo succesvol, maar de Bedouin was vastberaden om ons naar Sharm te brengen en wist nog wel een andere “weg”. Zoals verwacht, was deze weg ook "weg" en veranderd in een grote modderpoel. Hij sommeerde de mannen om uit te stappen, zodat de auto lichter werd, en probeerde weer vol gas, bijna vliegend om over een grote plas water en stenen te komen. Het leek wel een kleine rivier, zoveel water. Dit werd Mai een beetje teveel, ze begon te huilen en te bidden kneep mijn arm bijna fijn. We hadden er genoeg van, dit avontuur in de woestijn en wilden terug naar het wegrestaurant. De Bedouin echter, wilde geld verdienen en hij moest en zou ons verder brengen. Onze smeekbedes haalden niks uit, hij ging het nog een keer proberen. En ja hoor, we kwamen weer muurvast te zitten en inmiddels pakten de donkere wolken zich alweer samen boven de bergen van de Sinai. Deze keer was er geen lorry in zicht om ons te redden, dus begonnen de mannen naar stenen te zoeken om onder de wielen van de pick-up te leggen om zodoende wat meer grip te krijgen. Het begon weer te regenen...

Green truck The road


Plots zag ik een andere auto aan komen rijden op het stukje weg dat nog wel begaanbaar was. Ik zei tegen Mai dat ze haar spullen moest pakken en we vluchtten de auto uit om die mensen om hulp te vragen. Het was ook een single cabine pick-up met een chauffeur en twee passagiers. Maar hij was bereid ons te helpen en liet alle mannen in de bak zitten, zodat Mai en ik in de droge cabine konden zitten. Onze Bedouin lieten we achter. Het was weer hard gaan regenen en de ruitenwissers van deze auto deden het niet zo best, dus er waren hele stukken waarin wij niks zagen, en we hoopten maar dat de chauffeur nog wel wat zag. Gelukkig leverde hij ons na een bang uurtje veilig terug af bij het wegrestaurant. We hadden allemaal even onze buik vol van de woestijn. Ahmed hield het zelfs helemaal voor gezien, die ging terug naar Cairo. Nasr, Mai en ik bleven alleen achter en moesten een oplossing bedenken.

Terug naar Cairo leek geen optie, want elke keer als ik het opperde, begon Mai te jammeren. Ik had het gevoel dat ze misschien niet helemaal goed was weggegaan thuis en perse niet terug wilde. Ik wilde absoluut niet op die harde stoelen in het wegrestaurant slapen, dus vroegen we de eigenaar of hij niet een hotel in de buurt wist. Dat was er gelukkig, en hij wilde ons wel daar naartoe brengen. De auto bleek niet te willen starten, dus, moesten we lopen. Gelukkig was het niet heel ver en nog een behoorlijk aardig hotel ook. Voor de deur stond een grote touringcar, dat gaf hoop...
We boekten een tweepersoonskamer voor de dames en een aparte kamer voor Nasr en waren blij dat er schone handdoeken waren, zodat we al dat woestijngeweld eindelijk van ons af konden wassen. We waren uitgeteld.

’s Morgens vroeg ging Mai erop uit om ontbijt te regelen en had ze ook kans gezien om met de touroperator van de bus te praten. Hij was daar gestrand met een groep Russen en zou inderdaad die dag weer naar Sharm vertrekken. Hij wist alleen nog niet hoe laat, maar we mochten mee. Hamdullah!

Nasr and I Mai and me


Om een uur of twaalf vertrokken we, en we hebben 5 uur gedaan over een stuk weg waar je normaal gesproken 3 uurtjes over zou doen. Het was echt heel erg; op sommige plekken was de snelweg niet meer terug te herkennen en was deze gereduceerd tot een smal modderig weggetje. Maar we hebben het gehaald!
Het regent eens in de 10 jaar in de Sinai, moet dat nou echt precies zijn op het moment dat ik er ook ben?!

Flooded


Terug in Sharm was het ook bar en boos. Hele stukken van de Old Market stonden nog onder water en op de straten die wel begaanbaar waren, lag zeker 30 cm modder.
Gelukkig scheen de volgende dag de zon weer volop en kon ik lekker bijkomen op het strand.
En er was ook nog tijd voor een avondje uit en een bonus snorkeltrip naar Ras Mohamed National Park.

Een verrassend avontuur.

Sweet

8 comments | voeg commentaar toe | 573 views

Blog commentaar

Bad C op 4 februari 2010 om 05:42

@Indiana Jones: als jij nou vertelt wie je bent, dan vertel ik jou over de romantiek. ;-)

Indiana Jones op 4 februari 2010 om 08:36

Was het alleen maar een avontuur of was er ook nog een vleugje romantiek?

mam op 1 februari 2010 om 05:42

Je kunt wel een boek gaan schrijven over je Egyte-avontuur......(oh dat heb je eigenlijk al zo’n beetje gedaan, hihi)

Annerine op 1 februari 2010 om 03:48

Wat een verhaal!! Ik denk ook dat het die vloek was.....

Marc op 1 februari 2010 om 00:21

Die eerste foto blijft toch een nationaal-socialistisch tintje houden.
Maar wat een verhaal!

Z. H. op 31 januari 2010 om 02:56

Zahi Hawass knows where you live.

Bad C op 31 januari 2010 om 00:50

uhoh!
Zou dat het echt zijn? Ben ik er dan nu vanaf denk je?

Bno op 31 januari 2010 om 00:36

Het was een faraovloek. Komt omdat je stiekem die foto hebt gemaakt.

voeg commentaar toe

(*)moet ingevuld worden
auteur (*):

email:

Vul de letters hieronder in (*):

The CAPTCHA image
Fonetische spelling (mp3)

commentaar (*) (html code ubb code):

bold italic underline


Archieven

  • augustus 2010
  • juli 2010
  • mei 2010
  • april 2010
  • maart 2010
  • februari 2010
  • januari 2010
  • december 2009
  • november 2009
  • september 2009
  • augustus 2009
  • juli 2009
  • juni 2009
  • mei 2009
  • april 2009
  • maart 2009
  • januari 2009

Het weer in...

Uitgelicht

Top 10

Deze maand in...